Patellaluxatie
Patellaluxatie is een veelvoorkomende gewrichtsaandoening bij honden waarbij de knieschijf uit zijn normale positie glijdt. Het komt vooral voor bij kleine hondenrassen en kan leiden tot kreupelheid en artrose.
Advertentie
Adverteer hier
in Zeeland€ 50/mnd
Patellaluxatie is een van de meest voorkomende orthopedische aandoeningen bij honden. De knieschijf schuift uit de groeve waarin hij normaal beweegt, wat pijn en kreupelheid kan veroorzaken. Afhankelijk van de ernst zijn er verschillende behandelopties beschikbaar.
Wat is patellaluxatie?
Patellaluxatie betekent letterlijk het "uit de kom schieten" van de knieschijf (patella). De knieschijf is een klein, plat botje dat normaal in een groeve (trochlea) aan de voorkant van het dijbeen op en neer glijdt wanneer de hond zijn knie buigt en strekt. Bij patellaluxatie schuift de knieschijf uit deze groeve, waardoor de hond het been niet goed kan gebruiken.
De knieschijf kan naar binnen luxeren (mediaal, richting het andere been) of naar buiten (lateraal, van het lichaam af). Mediale patellaluxatie is veruit het meest voorkomend en treft vooral kleine en dwergachtige hondenrassen zoals de Chihuahua, Yorkshire Terrier, Pommerse Spits, Maltezer en Bichon Frisé. Laterale luxatie komt vaker voor bij grotere rassen.
Oorzaken van patellaluxatie
Aangeboren (congenitaal): De meeste gevallen van patellaluxatie zijn aangeboren en het gevolg van erfelijke afwijkingen in de botstructuur. De groeve in het dijbeen kan te ondiep zijn, de aanhechting van de kniepees kan scheef staan, of het dijbeen en scheenbeen kunnen een abnormale hoek maken. Deze structurele afwijkingen zorgen ervoor dat de knieschijf de neiging heeft uit de groeve te glijden.
Traumatisch: In een kleiner percentage van de gevallen ontstaat patellaluxatie door een trauma, zoals een val, een klap tegen de knie, of een sprong van grote hoogte. Dit kan bij elk ras voorkomen.
Symptomen van patellaluxatie
De symptomen variëren sterk afhankelijk van de ernst (graad) van de luxatie:
Graad 1: De knieschijf luxeert incidenteel en springt spontaan terug. De hond kan af en toe een paar passen op drie benen lopen en dan weer normaal verder gaan. Veel eigenaren beschrijven dit als "overslaan" of een "huppelpasje".
Graad 2: De knieschijf luxeert regelmatiger en kan met de hand worden teruggeplaatst, maar glijdt opnieuw uit de groeve. De hond vertoont vaker kreupelheid die kan komen en gaan.
Graad 3: De knieschijf staat permanent geluxeerd maar kan met de hand worden teruggeplaatst, hoewel hij direct weer terugglijdt. De hond loopt duidelijk kreupel, vaak met een gebogen knie en het been naar binnen gedraaid.
Graad 4: De knieschijf staat permanent geluxeerd en kan niet meer worden teruggeplaatst. De hond loopt sterk kreupel, met de knieën gebogen en de poten naar binnen gedraaid. In ernstige gevallen kan de hond het been nauwelijks belasten.
Bij alle graden kan op den duur artrose (gewrichtsslijtage) ontstaan door de abnormale belasting van het gewricht, wat leidt tot chronische pijn en stijfheid.
Diagnose
De diagnose van patellaluxatie is relatief eenvoudig te stellen:
Orthopedisch onderzoek: De dierenarts voelt het kniegewricht en probeert de knieschijf manueel te luxeren en terug te plaatsen. Op basis hiervan wordt de graad vastgesteld.
Gangbeeldanalyse: De manier waarop de hond loopt geeft informatie over de ernst en de impact op het dagelijks functioneren.
Röntgenfoto's: Röntgenopnames van het kniegewricht kunnen de positie van de knieschijf bevestigen, de diepte van de trochleagroeve beoordelen, en eventuele secundaire veranderingen zoals artrose zichtbaar maken. Ze tonen ook of er sprake is van botafwijkingen in het dijbeen of scheenbeen.
Behandeling
De behandeling hangt af van de graad van de luxatie en de klachten:
Conservatief (graad 1 en soms graad 2): Bij milde gevallen zonder of met minimale klachten kan conservatieve behandeling volstaan. Dit omvat gewichtsbeheersing om de belasting van het gewricht te minimaliseren, fysiotherapie om de spieren rond de knie te versterken, en eventueel pijnstillers en gewrichtsondersteunende supplementen (zoals glucosamine en chondroïtine).
Chirurgisch (graad 2 met klachten, graad 3 en 4): Bij ernstiger gevallen is een operatie noodzakelijk. Er zijn verschillende chirurgische technieken die vaak in combinatie worden toegepast:
Trochleaplastiek: de groeve in het dijbeen wordt verdiept zodat de knieschijf beter op zijn plek blijft. Transpositie van de tuberositas tibiae: het aanhechtigspunt van de kniepees op het scheenbeen wordt verplaatst om de trekkracht in de juiste richting te brengen. Imbrication en release: aan de ene kant van de knieschijf worden de weefsels strakker gemaakt en aan de andere kant losser gemaakt om de knieschijf in de groeve te houden.
Herstel na operatie: Na de operatie is zes tot acht weken rust en beperkte beweging nodig. Gecontroleerde revalidatie en fysiotherapie bevorderen het herstel. De meeste honden functioneren uitstekend na een succesvolle operatie.
Preventie
Verantwoord fokken: Omdat patellaluxatie grotendeels erfelijk is, zouden honden met deze aandoening niet voor de fok moeten worden gebruikt. In Nederland voeren de rasverenigingen van veel kleine rassen een patellaluxatie-onderzoek uit als fokvoorwaarde.
Gezond gewicht: Overgewicht verhoogt de belasting op de knieën en verergert de symptomen. Houd je hond slank.
Aangepaste beweging: Vermijd overmatig springen van grote hoogte, vooral bij kleine rassen. Gebruik een hondentrappetje bij de bank of het bed.
Gewrichtsondersteuning: Bij rassen met een verhoogd risico kunnen gewrichtsondersteunende supplementen preventief worden gegeven in overleg met de dierenarts.