Advertentie

Adverteer in de header

in Zeeland

Zichtbaar op elke pagina — maximale bereik

€ 149/mnd

Adverteren

Alles over Honden

Informatie over hondenrassen

Karstherder

Karstherder — hondenras foto

De Karstherder is een krachtige Sloveense herdershond, oorspronkelijk ingezet als beschermer van vee in het Karstgebied.

Energieniveau

Gemiddeld

Bewegingsbehoefte

Gemiddeld

Vriendelijkheid

Laag

Kindvriendelijk

Laag

Andere huisdieren

Laag

Trainbaarheid

Gemiddeld

Verzorgingsbehoefte

Gemiddeld

Blafniveau

Hoog

Verharen

Gemiddeld

Advertentie

Adverteer hier

in Zeeland

€ 100/mnd

Adverteren

1. Karstherder kopen en prijzen

Neem voor het kopen van een Karstherder altijd contact op met een erkende fokker of rasvereniging. Zo weet je zeker dat de pup gezond is en verantwoord gefokt.

2. Karstherder in het kort

De Karstherder (Sloveens: Kraski Ovčar) is een middelgrote, robuuste herder- en waakhond afkomstig uit Slovenië. Hij behoort tot FCI-groep 2 (pinschers, schnauzers, molossen en Zwitserse sennenhonden), sectie 2.2 (molossen, bergtype), zonder werkproef vereist.

Het ras is van oudsher een uitstekende schaapsherder en waakhond uit het Karstgebied — het rotsachtige kalksteenplateau in het zuidwesten van Slovenië en het aangrenzende Kroatië. Vandaag de dag wordt hij vaker gebruikt als waak- en verdedigingshond of als gezinshond, maar hij blijft van nature een uitstekende herder.

De Karstherder maakt een harmonische, robuuste indruk met een goed ontwikkelde musculatuur en een sterke constitutie. Zijn meest opvallende kenmerk is zijn ijzergrijze, lange en rijke vacht die hem een majestueus voorkomen geeft. De schofthoogte bedraagt bij reuen 57–63 cm (ideaal 60 cm) en bij teven 54–60 cm (ideaal 57 cm). Het gewicht varieert van 30–42 kg bij reuen tot 25–37 kg bij teven.

Het ras wordt voor het eerst schriftelijk vermeld in 1689 in het werk van Baron Janez Vajkart Valvasor, «De glorie van het hertogdom Carniola». De FCI erkende het ras officieel in 1939 en draagt het standaard nr. 278.

3. Karakter en temperament van de Karstherder

De Karstherder heeft een goed, matig scherp temperament. De FCI-standaard omschrijft hem als moedig en dapper maar niet bijterig, uiterst toegewijd aan zijn baas en een onwrikbaar goede bewaker. Hij is wantrouwig tegenover vreemden maar een aangename metgezel voor zijn gezin, gehoorzaam terwijl hij zijn sterke individualiteit behoudt.

Als herder is hij van nature waakzaam en beschermend. In zijn oorspronkelijke functie bewaakte hij de kudde tegen wolven en andere roofdieren in het ruige Karstgebied. Dit heeft hem een hond gemaakt die snel situaties beoordeelt en doelgericht handelt. Hij laat zich niet omkopen door vreemden en is niet omkoopbaar.

Met zijn gezin is de Karstherder warm en toegewijd. Hij vormt een sterke band met zijn eigenaar en diens huisgenoten. Kinderen die met hem zijn opgegroeid worden door hem beschermd. Sociale situaties met onbekenden vereisen echter vroege socialisatie: een slecht gesocialiseerde Karstherder kan te terughoudend of te wantrouwig worden.

  • Matig scherp en moed — geen overdreven agressiviteit
  • Uiterst trouw aan zijn eigenaar
  • Onwrikbare waakhond, wantrouwig tegenover vreemden
  • Aangenaam gezinsgezelschap bij goede opvoeding
  • Sterk karakter en individualiteit

Training vereist consistentie, geduld en respect. Harde of dwingende methoden werken averechts. Positieve bekrachtiging in combinatie met duidelijke grenzen is de meest effectieve aanpak voor dit intelligente maar eigenzinnige ras.

4. Uiterlijk van de Karstherder

De Karstherder is een middelgrote, harmonische hond met een robuuste bouw en een goed ontwikkelde musculatuur. Het lichaam is iets langer dan hoog; de verhouding lichaamslengte tot schofthoogte bedraagt minimaal 9:8. Bij teven is het lichaam iets langer. De schofthoogte bedraagt bij reuen 57–63 cm (ideaal 60 cm) en bij teven 54–60 cm (ideaal 57 cm).

4.1 Hoofd

Het hoofd is aangenaam van voorkomen en proportioneel groot ten opzichte van het lichaam. Gezien van bovenaf is het breed op oorniveau en taps toelopend naar de neus. De oogkas is licht gewelfd. De stop is slechts licht uitgesproken. De neus is zwart, breed en goed ontwikkeld. De snuit is van gemiddelde lengte, breed en diep aan de basis. De ogen zijn amandelvorming, kastanjebruin of donkerbruin, met een frank, kalme en vaste uitdrukking. De oren zijn matig hoog aangehecht, van gemiddelde lengte, hangend in een V-vorm tegen de wangen.

4.2 Romp en vacht

De rug is recht en van gemiddelde lengte. De borst is goed ontwikkeld met brede, vlakke en matig gewelfde ribben. De staart is stevig aangehecht, breed aan de basis, sabelachtig van vorm, bereikt minstens het spronggewricht en is goed begroeid met lang haar zonder vlag te vormen.

De vacht is goed gevuld, lang en plat met een rijke ondervacht. Op de nek vormt het haar een manen en ruches. De kleur is ijzergrijs; op de rug een donkere tint, naar buik en ledematen overgaand in lichtgrijs of zandkleur. Het donkere masker op de snuit loopt door op de schedel.

5. Gezondheid van de Karstherder

De Karstherder is over het algemeen een gezond en robuust ras. Zijn eeuwenlange selectie als herder en waakhond in het ruige Karstgebied heeft geleid tot een hond met een sterke constitutie. Het ras kent geen bijzonder uitgesproken erfelijke aandoeningen die in de rasstandaard worden benoemd, maar er zijn de gebruikelijke aandachtspunten voor middelgrote tot grote rassen.

Heupdysplasie is het meest relevante erfelijke gezondheidsprobleem bij dit ras. Verantwoorde fokkers laten ouderdieren screenen op dysplasie voordat ze ingezet worden voor de fok. Bij de aankoop van een pup is het raadzaam te vragen naar de hip- en elleboogscores van de ouders.

Vanwege zijn rijke, lange vacht is de Karstherder vatbaar voor huidproblemen wanneer de vacht niet goed onderhouden wordt: klitten, vochtigheid en daarmee samenhangende huidirritaties of huidinfecties. Regelmatig borstelen is dan ook niet alleen cosmetisch maar ook gezondheidsgerelateerd. Teekaanvallen zijn bij een buitenhond een reëel risico; check de hond na elke buitenavontuur.

De levensverwachting van de Karstherder bedraagt gemiddeld 11 tot 13 jaar. Regelmatige veterinaire controles, gezonde voeding en voldoende beweging dragen bij aan een lang en vitaal leven.

  • Vraag naar heupdysplasie-scores bij fokkers
  • Houd de vacht schoon om huidproblemen te voorkomen
  • Controleer regelmatig op teken
  • Levensverwachting: circa 11–13 jaar

6. Verzorging van de Karstherder

De verzorging van de Karstherder vraagt aanzienlijke aandacht, met name wat betreft zijn lange, rijke vacht. Een eigenaar die niet bereid is hier regelmatig tijd in te steken, doet dit ras tekort.

6.1 Vachtverzorging

De lange, vlakke vacht met rijke ondervacht dient meerdere keren per week geborsteld te worden om klitten te voorkomen. Tijdens de ruilperiodes — twee keer per jaar — is dagelijks borstelen noodzakelijk. Speciaal aandacht verdient de nek, waar de haren manen en ruches vormen en snel in elkaar kunnen klitten. Baden is enkele keren per jaar mogelijk met een milde hondensjampoo. Nagels, oren en ogen dienen regelmatig gecontroleerd en bijgehouden te worden.

6.2 Beweging en activiteit

Als herder en waakhond met roots in het ruige Karstgebied heeft de Karstherder dagelijks voldoende beweging nodig. Meerdere wandelingen per dag, bij voorkeur in de natuur met voldoende ruimte, zijn noodzakelijk. Hij is het gelukkigst met een taak: herding, veldwerk, mantrailing of schutzhund-achtige activiteiten sluiten goed aan bij zijn instincten. Een huis met een ruime, omheinde tuin is ideaal.

6.3 Voeding

Hoogwaardig droogvoer of vers voer, afgestemd op leeftijd, gewicht en activiteitsniveau, is aanbevolen. Geef bij voorkeur twee maaltijden per dag. Vermijd overvoeding om gewrichtsbelasting te voorkomen.

7. Geschiedenis van de Karstherder

De Karstherder is een ras met meerdere eeuwen geschiedenis, geworteld in het Karstmassief — het rotsachtige kalksteenplateau dat zich uitstrekt over het zuidwesten van het huidige Slovenië en het aangrenzende Kroatië. Waarschijnlijk brachten de Illyriërs de voorouders van dit ras mee tijdens hun migraties door Istrië en de Dalmatische eilanden, waarna het ras zich vestigde in de Sloveense Karststreek.

De eerste schriftelijke vermelding van het ras dateert uit 1689, in het werk van Baron Janez Vajkart Valvasor, getiteld «De glorie van het hertogdom Carniola» (Sloveens: Slava vojvodine Kranjske). Dit maakt de Karstherder een van de vroegst gedocumenteerde herderrassen van Europa.

Lange tijd droeg het ras dezelfde naam als de herder van het Sarplanina-massief: beide werden «Illyrische herder» (Illyrian Shepherd) genoemd. Tijdens de algemene vergadering van de FCI in Stockholm in 1939 werden het ras en zijn standaard officieel erkend onder die naam. Na de Tweede Wereldoorlog, op 16 maart 1968, besloot de Centrale Cynologische Societeit van Joegoslavië de twee rassen definitief te scheiden: de hond uit het Karstgebied werd voortaan «Kraski Ovčar» (Karstherder) en de andere «Sarplaninac» (Sarplanina-herder).

Sindsdien zijn de twee rassen volledig onafhankelijk van elkaar. De FCI erkende de Karstherder opnieuw op 26 juni 2000 en kent het ras standaard nr. 278. Het is een nationaal erkend ras van Slovenië.

Veelgestelde vragen over de Karstherder

Alle fokkers bij mij in de buurt

Bekijk het complete overzicht van hondenfokkers in jouw provincie.

Bekijk alles

Cookies

We gebruiken cookies om bezoek te meten en de site te verbeteren. Lees meer in ons cookiebeleid.